|
Inhoud van de voorstelling Halverwege de jaren negentig maakte Bart De Wildeman met (onder andere) Peter Schoenaerts de voorstelling "De stoel van Stanislavski", naar een toneelstuk van Guido van Meir. Die voorstelling was een van de hoogtepunten van de viering "100 jaar Germaanse Filologie aan de K.U.Leuven". Beiden gingen na hun studie Germaanse Talen hun eigen weg. Peter ging een tijdje acteren voor televisie en later lesgeven, Bart ging naar de toneelschool in Arnhem. Eind jaren negentig kregen Peter en Bart zin om weer eens te gaan samenwerken. Bart was net afgestudeerd en had al verscheidene theatertournees bij diverse gezelschappen achter de rug, Peter verlangde na een rustige periode weer naar het toneel. En van het één kwam het ander... Het boekje "Mijn zelfmoord"* sprak Peter en Bart erg aan. Henri Roorda (een Frans-Zwitserse schrijver-leraar van Nederlandse origine en geboren in Brussel) geeft daarin een verslag van zijn emotionele worsteling die zijn suïcide voorafgaat. Het boekje is een zelfrechtvaardiging, een maatschappelijke aanklacht en een literaire oefening in één. De tekst werd gevonden naast het dode lichaam van Henri Roorda, die zich op 7 november 1925 een kogel door het hart joeg. Op basis van de tekst maakten Bart en Peter een monoloog over thema's als 'geld', 'vrijheid', 'liefde', 'leven' en 'dood'. Ze wisten het publiek niet alleen te ontroeren, maar het ook begrip te laten opbrengen voor Roorda's keuze. * "Mijn zelfmoord" is de Nederlandse vertaling van "Mon suicide" (Henri Roorda, L'Aire, Lausanne, 1992). De vertaling is van Rokus Hofstede. |